maandag 22 april 2013

Noord Carieb: flitsbezoeken en bleekscheten aan boord

Zo voelt het dus wanneer je met zijn tweeën op reis bent. Chris en ik zitten samen in de kuip en staren de rustige baai in en luisteren naar de vogelgeluiden, die zonder de constante onderbreking van kinderstemmetjes veel duidelijker klinken dan normaal. Zo’n honderd meter verderop spelen Hidde en Lara op een eindeloos strand met opa en oma, die drie dagen daarvoor op Sint Maarten zijn aangekomen.

Aftellen

Dagen telt hij af, weken zelfs. ‘Welke dag is het vandaag’, vraagt Hidde elke ochtend bij het ontwaken. ‘En wanneer komen opa en oma dan?’ Maar niet alleen hij telt af, ook ik zie reikhalzend uit naar m’n ‘ouwelui’. We zijn misschien ‘maar’ een jaar weg, maar het is er wel één waar veel in gebeurt. Zo maken niet alleen de kinderen een enorme sprong, ook leren Chris en ik veel over elkaar en onszelf. 24 uur samen zijn, weer en wind, weinig comfort, eindeloze reparaties, andere culturen en het ‘ontberen’ van de mensen van wie je houdt, doen iets met je. Dat wil je delen, spiegelen en doorzagen met diegene die jou het beste kennen en die je het meest vertrouwt. En een skypeverbinding of e-mailtje voldoen dan gewoon niet.

Vol verwachting zitten we dan ook enkele dagen geleden op Maho Beach op Sint Maarten, vlak achter het Juliana vliegveld waar opa en oma gaan landen. Aangezien het strandje precies onder de aanvliegroute zit, is het aangenaam wachten. Wanneer het eerste grote toestel vlak boven ‘ons’ strandje de landingsbaan opduikt, kruipt Lara enigszins geschrokken tegen me aan. Juist zij, die altijd als eerste ‘vliegtuig! ’ roept, moet nu toch even slikken. Bij de volgende is dat overigens al voorbij. Als de jet van opa en oma eindelijk aankomt vliegen, kijken we met verrukking naar het grote vliegtuig dat over ons heen suist.
 
Daar komen opa en oma!!!

 Saints en Guadeloupe

De afgelopen weken hebben we flink doorgevaren, want we hadden nog behoorlijk wat mijlen af te leggen naar het Noordelijk gelegen Sint Maarten. Na Dominica naar de Saints, een prachtige Franse eilandengroep onder Guadeloupe, waar ik onder meer ‘met’ twee dolfijnen heb gezwommen die zich daar in de baai ophouden. Op het moment dat zo’n magisch dier ‘glimlachend’ in het water langs je heen glijdt, voel je je gewoon weer even kind. Zo blij, zo heerlijk en zo bijzonder. Na de Saints door naar Guadeloupe, een eiland dat eigenlijk uit twee delen bestaat, gescheiden door een kanaal dat er dwars doorheen loopt. Helaas was dit  nu niet begaanbaar met de boot en hebben we alleen de westzijde bij Pigeon Island geankerd.

Zwemmen met dolfijnen naast de boot
Met Waltzing Mathilde lekker bbq-en op strandje bij Saints
Ook daar hebben we weer één van de geneugten van de Carieb geproefd: duiken tussen een prachtige vissenschare die zich rond dat rotsige eilandje in de zee ophield. Onder meer 30 cm lange papegaaivissen, koffervisjes, scholen met knotsen van blauwe doktersvissen, knalgele en gestippelde andere varianten en bijzonder koraal. Van glad, bultig tot gekronkeld. Met Hidde al zwemmend aan de hand verbazen we ons keer op keer. Wat is die onderwaterwereld geweldig en wat is het zalig om daar deel van uit te maken met slechts een zwembrilletjes met snorkel op.
 
Bijna overal in de Carieb zie je schildpadden onder water
 
School doktersvissen

 Antigua en Barbuda

De tijd begint echter te dringen en aan Antigua en Barbuda brengen we slechts een flitsbezoek. We ankeren twee nachten in de besloten English Harbour baai in Antigua, waar zich prachtige klassieke zeiljachten klaarmaken voor de classic race, enkele dagen later. Maar ik heb zoveel gehoord  over het volgende eiland Barbuda, dat ik brand om door te gaan. We passeren Antigua aan de Atlantische zijde, waarbij we een prachtige kustlijn met onder meer Indian Creek - waar Eric Clapton een huis heeft - en het bijzondere Green Island links laten liggen. We halen twee ongeveer meterlange barracuda’s binnen  en manoeuvreren ons tussen de koraalriffen door naar de kust van Barbuda. En dan worden we getrakteerd op – in mijn ogen - de ultieme schoonheid van Caribische natuur.

Wit strand bijna zover het oog reikt en het groenblauwste water dat ik ooit heb gezien. En we hoeven het maar te delen met een enkele andere boot. Een waar paradijs. Geen zoemend stadje, drukke haventjes, boatboys of toeristen, maar stilte en pure pracht. Wauw. Omdat we nog maar drie dagen hebben voordat opa en oma in Sint Maarten landen, gaan we niet naar het stadje gelegen aan een Lagoon, waar de inwoners zich weigeren aan te passen aan toeristen en samen leven met de natuur. We gaan ook niet langs two foot bay aan de andere zijde, met geweldige grotten en uitzicht. En ook de grote broedende kolonie met fregatvogels, waaraan een bezoekje weer een flinke duit kost, slaan we over. We blijven hier, in poederachtig zand waar je zachtjes in wegzakt. Tussen kokosnotenbomen waar je de ‘waternoten’ zelf uit kan halen en kristalhelder water met uitstekend koraal, schildpadden die van tijd tot tijd boven komen en rustig glijdende roggen. Het is meer dan de moeite waard.
 
Bij Cocaopoint Barbuda
Kokosnoten 'plukken' bij een verlaten resort, dat over de kop ging omdat het vanwege hurricaneseizoen secht 5 maanden per jaar open kan zijn. Dit is de plek waar Prines Di ooit kwam.
Zandkastelen bouwen op een perfect strand ...
... en zwemmen in een perfecte zee

Verwend in Sint Maarten

Tachtig mijl varen verder, waarbij we voor het eerst weer een nacht doortrekken, komen we aan in Simpson Bay in Sint Maarten. Een dag later suist het vliegtuig van mijn ouders over ons heen. Het is onbeschrijflijk wat er dan door je heengaat wanneer je elkaar weer in de armen sluit en bijna onwerkelijk wanneer je dan samen op je boot opstapt. Inmiddels zijn de kleinkinderen alweer vreselijk verwend (één koffer was compleet voor hen bedoeld), de laatste nieuwtjes rond familie en vrienden weer verteld en is het eerste gesprek tussen moeder en dochter al een feit. Inmiddels zijn we een eiland verder gevaren naar Road Bay op Anguilla, waar het heerlijk toeven is op een prachtig Caribisch strand vol met kleine barretjes en huisjes. En  – tot groot genoegen van beide bleekscheten die voornamelijk Europa zagen – kokospalmen en conches (die enorme slakkenhuisschelpen) op het strand.

Joepieeee
Gehuld in een van zijn cadeautjes
Beachbar bij Mullet Bay Sint Maarten
Boekjes lezen met oom
Over een paar dagen gaan we een paar nachtjes in een appartementje bij Orient Bay Sint Maarten en ondertussen zullen Chris en ik ons klaar gaan maken voor de grote oversteek. Want die ligt in het verschiet en rap. Afhankelijk van het weer zullen we begin of half mei het Caribisch gebied vaarwel zeggen om respectievelijk naar Bermuda, Azoren en hopelijk meteen Zuid-Engeland te varen. Maar dat stellen we nog heel eventjes uit … ;)

Overzeese post

En, last but not least: nog heel erg bedankt voor alle lieve kaartjes en presentjes van familie en vrienden, die mijn ouders hier hebben gebracht!  Geweldig! Oranje kroontjes (Sint Maarten viert ook koningsdag), videoboodschappen, kleurboeken, stickers, dvd’s en kaarten … het is heerlijk om overzeese post te krijgen. Dank jullie wel. Veel liefs!

Sfeerplaatje van ons met dank aan Roos van de Walzting Mathilde

woensdag 17 april 2013

Dominica: sprookjesachtig, maar straatarm


Elk Caribisch eiland is toch net weer even anders. Na het 'Europese' Martinique varen we naar Dominica, waar we veel lof over hebben gehoord. De eerste aanblik bij hoofdstadje Rouseau is even een tegenvaller. De huizen in de baai zijn oud en vervallen en over de hele lengte is slechts een kiezelstrand met grote stenen. Vlakbij het stadje zelf klinkt keiharde muziek en van de beschreven prachtige architectuur zien we vanaf het water niet meer dan een kerk, die er wel aardig uitziet. We zoeken naar een ankerplek, maar overal is het meer dan 10 meter diep, en zwichten voor de moorring die een boatboy ons aanbiedt.

Een goede keus, zo blijkt later. De eigenaar van de boei, Pancho, een rastafari die een groot deel van de dag onder een zelfgemaakt tentafdak op het kiezelstrand zit, biedt ook internet bij zijn boei. En eindelijk kunnen we gewoon weer eens vanaf de boot het web op.
Kloofzwemmen

Naast veel Fransen die hier voor anker liggen, ligt een stukje verderop de Waltzing Mathilda, een Nederlandse Contest met Roos, Matieu, Fien (8) en Max (7). Met een gehuurd autootje hebben ze het eiland verkend, en we besluiten hetzelfde te doen. De volgende dag rijden we achter hen aan naar onder meer de to Ti Tu Gorge, een adembenemende kloof waar je doorheen kunt zwemmen. Er zijn die dag geen cruiseschepen in het stadje en we hebben de natuur voor onszelf. We laten ons in het steenkoude water zakken en zwemmen door de kloof heen, die leidt naar twee watervallen. Het water is glashelder en de wanden van de kloof, torenen begroeid boven ons uit. Het lijkt wel een sprookje. Na het zwemmen, warmen we op in het lauwwarme watervalletje dat uit de berg stroomt, opgewarmd door één van de 7 vulkanen op dit eiland.
Hotsprings

De Trafalgar watervallen, een de velen op het eiland, zijn stukken drukker. Hidde holt achter Fien en Max aan naar één van de meterhoge waterstromen die zo van de berg af klateren. Hij gaat verder aan mijn hand als de stenen groot en rond worden en de weg moeilijk begaanbaar wordt. Chris heeft Lara op zijn schouders, maar als de rotsen nog gladder en hoger worden, laten we ons voortijdig zakken in een van de hotsprings. De door een vulkaan opgewarmde bronnen zijn bij een luchttemperatuur van 30 graden eigenlijk veel te warm, maar de kinderen vinden het heerlijk. Met rood verhitte hoofden klimmen ze van poel naar poel door het door zwavel gekleurde water, dat uitkomt in de koude rivier van de waterval.
Indianen

Ook de volgende dag crossen we nog een keer over het rijk begroeide Dominica. Ons gezin is dan voor één dagje uitgebreid met Fien en Max, aangezien hun ouders een paar uur durende wandeling maken naar het Boiling Lake. Dit meer, ergens op de top van een berg, is door een vulkaan zo warm dat het (bijna) kookt. Wij rijden naar het Caribreservaat, waar nog als enigen in de Carieb 200 afstammelingen wonen van de Caribindianen, oorspronkelijke bewoners van Dominica. In een klein dorpje aan zee tonen ze hoe hun voorouders leefden. Het reservaat zelf strekt zich uit langs de kust en bestaat uit kleine gekleurde huisje, bijna niet groter dan een kippenhok, waar de gezinnen in leven. Langs de kant van de weg staan kleine stalletjes met gevlochten manden en we passeren een Cassavebakkerij, waar het traditionele brood wordt gemaakt met meel gewonnen uit de Cassave (een knolgewas).
Hoewel het een lange rit is, zitten zowel Fien en Max als onze kinderen voorbeeldig braaf achterin de auto met een Nintendo op schoot. Het reservaat is prachtig, maar het betaalde indianendorpje zelf blijkt een wassen neus bestaande uit een handvol gebouwtjes met rieten daken, een uit een boomstam gesneden kano en wat mandenvlechtende indianenafstammelingen. De kinderen vinden het echter prachtig. Ze spelen met de pijl en bogen en met een strohalm om hun hoofd gebonden met een stuk varen als veer, voelen ze zich echte indianen. De mandenvlechtende dames giechelen en laten hun werk even voor wat is om naar de spelende kinderen te kijken.

Vrolijk
Hoewel arm - Dominica was tot voor kort een van de armste Caribische eilanden, toerisme komt door het gebrek aan zandstranden maar langzaam op gang - ogen de mensen in Roseau erg vrolijk. De meesten hebben humor en sinds lange tijd voel ik me geen wandelende portemonnee. Er wordt luidkeels gelachen en overal scharen groepjes mensen samen voor de gezelligheid. Uit bijna elk huisje steekt wel een hoofd en er zijn hier opvallend veel rastafari's, mannen met (lang) rastahaar. Lang niet iedereen hiervan is echter vegetarisch en religieus. Het is vooral een stijl die velen aanhangen. Of wellicht wel een verzet, aangezien het zijn van een rastafari tot voor kort verboden was. Reden was de moord op een blanke, die dreigde een wietplantage te verklikken.

Voldaan
Hoe anders is Portsmouth waar we daags daarna heen varen. De lange weg parallel aan een zandstrand in de baai heeft aan weerszijden slechts kleine vervallen huisjes. Mensen lopen in slechte kleding en overal scharrelen kippen met kuikens door de straten. De toon in dit tweede stadje van het eiland is hier duidelijk meer gedimd. Na een mooie riviertocht op de Indian River, die door een moeras loopt, gaan we anker op naar Les Saints, een eilandengroep vlak voor Guadeloupe.

Dominica heeft haar reputatie eer aan gedaan en voldaan varen we door, op naar nieuwe prachtplekjes, want die blijken er nog steeds genoeg.
Doordat we lange tijd geen internet hadden, is dit bericht wat verouderd. Na Guadeloupe, Antigua en het prachtige Barbuda, zijn we vanochtend aangekomen in Sint Maarten. Hier komen morgen mijn ouders voor twee weekjes langs! Daarna gaan we ons klaarmaken voor de overtocht terug, want die komt angstvallig dichterbij ... 

donderdag 4 april 2013

Martinique: Caribisch Frankrijk

Eigenlijk wilden het overslaan en dan ineens van St Lucia naar Dominica varen. Je kunt immers niet alles zien. 'Ach ja', zei Olivier van de Shemeona de avond voor ons vertrek, 'mensen gaan alleen maar naar Martinique om in te slaan.' In te slaan? Hoezo? Is het echt zo betaalbaar en uitgebreid dan daar?

Kakkerlak

Nieuwsgierig geworden varen we toch maar Fort de France, de hoofdstad van het eiland, waar we vlak naast een oud fort ankeren. En we kijken onze ogen uit. Voor ons ligt een heuse Europese stad. Geen kleine verwaarloosde huisjes, maar typisch Franse architectuur. Midden in de Carieb!

Fort de France Martinique, net een Frans stadje
Likkebaardend peddelen we naar de kant. Bij het meterslange dinghydock krijgen we een nieuwe verrassing: een speeltuin. Die hebben de kinderen sinds Suriname niet meer gezien. De flinke regenbuien die vandaag  spontaan uit de lucht vallen, hebben de draaimolen onbegaanbaar gemaakt, maar de schommels voldoen. We kunnen ze maar moeilijk losrukken voor een wandeling door het stadje.


Hamsteren, met bolderkar

Europese auto's, de euro, keurige straten met stoepen, een prachtig Jugendstill gebouw (wel het enige) en gras. Ze hebben hier gras! We vallen van de ene verbazing in de andere. Totdat een grote kakkerlak op de stoep ons weer met beide benen op de grond zet. Owja, het is de Carieb.

Prachtige combi

Maar wat een prachtige combinatie. Gekleurde huisjes, tropische vruchten, palmbomen en Franse ruitjes. Rumpuch, creools eten èn wijn en camembert. Het is een verademing. Hoezeer we ook genieten van de Caribische geneugten van andere eilanden, een supermarkt doorlopen met spullen die je gewend bent, voelt ongelooflijk luxe. Wat een gewoontedier ben je dan toch. Gretig slaan we in. 5 literflessen water voor 1,60 euro, pasta (!), chocolade, yoghurtjes (!), rundvlees, betaalbare chipjes en sappakken, gedroogde worst en vanzelfsprekend wijn.


Niks gaat boven een lekker wijntje

Natuurlijk voldoet de overvloedige rum op deze eilanden als de wijnflessen niet onder 10 euro komen, maar wanneer ze weer 2,50 zijn, wil je er wel een paar inslaan. Al met al, een succes.

Uitbarsting

Na onze heerlijke ervaring varen we ook nog door naar St. Pierre aan de Noordkant van het eiland. Deze ooit florerende stad, volledig gelegen aan een zwart zandstrand, werd 100 jaar geleden 'klein Parijs' genoemd. De ongeveer 30.000 inwoners, werden begin mei 1902 overvallen door de uitbarsting van de Mont Pelée, een naastgelegen vulkaan.
St. Pierre, waar in de baai nog diverse gezonken schepen liggen van na de uitbarsting van de vulkaan
Pleintje, met op de achtergrond de voet van de vulkaan
Hoewel de berg al enkele dagen voorwaarschuwingen gaf, vaagden een immense erruptie vergelijkbaar met een atoomexplosie, de hele stad en haar bewoners weg. Gezegd was er slechts één overlevende; een moordenaar, die gevangen zat in een isolatiecel. Enkele dagen na de ramp is hij bevrijd door missionarissen. Deels verbrand reisde hij later als attractie mee in een Amerikaans circus.

Een van de weinige ruines die over zijn van de oude stad betreffen ook zijn cel. Vol ongeloof kijken we omhoog en opzij naar de drie kleine luchtspleten die erin zaten. Wat een mazzel had juist deze man. En wat ging er door hem heen tijdens de uitbarsting en de dagen erna? Het blijft gissen.

Ruine van wat eens een prachtig theater was
Het gebouwtje rechts is de isoleercel, waar de enige overlevende uit kwam
 Dominica

Inmiddels zijn liggen we alweer in het prachtige Dominica. Als er een eiland is waar de natuur adembenemend is, is het hier wel. Er zijn hier 365 rivieren, voor elke dag één. Ik zal er snel een stukje over maken. Maar nu eerst slapen, want het waren 2 heerlijke maar intensieve dagen.  

Paaseieren verven
Pasen in de kuip

woensdag 20 maart 2013

Bequia: Walvis op het menu

'Walvis klaarmaken'. Ik google de recepten voor de zekerheid in het Engels. Wie had gedacht dat ik dat ooit eens zou doen? De walvis en de stukken vet liggen in de boordkoelkast. Het was helemaal niet onze bedoeling een stuk walvisvlees te halen, maar toen we vanochtend bij het walvisstation waren en de stukken door de overvloed als warme broodjes over de toonbank vlogen, konden we bijna niet achterblijven.  

Walvisstation

Gister begrepen we al dat volgens de walvisvaarderstraditie op dit eiland, maar liefst twee walvissen waren gevangen. Van de maximaal 4 die ze per jaar via de traditionele manier mogen binnenhalen (zie vorige blog), dat wil zeggen met handharpoenen en in een zeilgedreven scheepje van 8 meter lang. Nieuwsgierig geworden pakken we vanochtend een taxibusje richting Paget Farm, waar we volgens de chauffeur een bootje kunnen nemen naar het walvisstation.
Eigenlijk hebben we geen idee wat ons te wachten staat.

Het is ongelooflijk druk bij de helling van Paget Farm. Houten speedbootjes varen af en aan en tientallen mensen buigen zich over iets wat op vis lijkt. 'Jullie willen naar de walvis?', vraagt een dame van een klein eettentje, eigenlijk niet meer dan een koelkast, wat cake en twee houten banken. Wij knikken. 'Harun, harun', gilt ze naar een geel speedbootje dat aankomt. 'These white people want to get to the station.'
'Pas op, het is glad', waarschuwen de mensen op de helling ons, als we met kinderwagen en twee kinderen naar het bootje proberen te komen. 'Take the baby, take the baby', roepen ze naar mannen aan boord en Lara wordt de boot ingedragen. Samen met een stuk of zes anderen, klimmen we aan boord. Nog geen seconde later varen we met hoge snelheid de hoek om, richting het walvisstation. Ik klem Lara tussen mijn benen en probeer me vast te houden, want de speedboot beukt over de golven. De kinderen hebben een glimlach van oor tot oor. Bootje varen blijft leuk.

Emmers vol

Wanneer we dichterbij komen, vult de lucht zich met een sterke vleesachtige geur. Het kleine eiland van het walvisstation ziet zwart van de mensen. Letterlijk. Honderden bewoners van Bequia zwermen heen en weer. Langs de rand van het stenen gebouwtje zitten mensen met emmers vol walvisvlees, maar ook met koelboxen die drinken verkopen of iets wat op oliebollen lijkt. Velen lopen met een vlijmscherp mes en snijden stukken van het grote zoogdier. Met hun blote voeten of goede schoenen lopen ze door de kleine stukjes vlees, vet (blabber) en het bloed dat her en der op de grond ligt. In de zee drijft wat onbruikbaar weefsel en op sommige plekken steken oude walvisbotten uit het water.

De meesten snijden scheiden de stukken vlees van de blabber, voor eigen gebruik of de verkoop.

Een groot stuk walvishuid met vet

Binnen in het gebouwtje ligt her en der wat vet op de grond

Op sommige plekken in het staiton liggen nog botten van eerder gevangen walvissen
Zes mannen snijden op de helling het bruikbare vlees van een enorme walvisstaart. Een van hen houdt een groot stuk omhoog. '20 EC', roept hij, oftewel iets meer dan 5 euro. Iemand pakt het aan en stopt het in een emmer die al uitpuilt van het vlees. Een schijntje, maar op de kant wordt het ontegenzeggelijk voor meer doorverkocht.

Zorgvuldig snijden de mannen de huid en het vlees van de staart. Bijna niks gaat verloren.

Aan alle kanten rond en op het gebouwtje zitten mensen.
We kijken werkelijk ons ogen uit. Dit is echt een volkstraditie. Op een enkeling na, zijn we hier dan ook de enige blanken. Blijkbaar weet verder niemand van de vele toeristen in Bequia dat dit gaande is. Vol verbazing kijken we vanaf de rotsen naast het gebouwtje naar het schouwspel en de zee, waar zo dadelijk nog een stuk uit het water gehaald. In totaal hebben ze twee walvissen gevangen, maar omdat ze zo groot zijn, ligt het meeste nog onder water, slechts gemarkeerd met een boei.

Machtig

Als het dan zover is, gaan verschillende mannen met mes te water. T-shirt, korte broek en sportschoenen voldoen als badtenue. Met een bootje aan de ene kant en een kabel aan de andere kant, halen ze het beest omhoog, waarna er onmiddellijk stukken vanaf worden gesneden. Wat een machtig gezicht. Geenzins gruwelijk of zielig. Natuurlijk zie je zo'n geweldig dier liever vrij in het water, maar het feit dat ze er hier maar 4 mogen vangen met gevaar voor eigen leven, maakt het beter verteerbaar. Bovendien wordt alles gebruikt en er zit gewoon enorm veel vlees aan zo'n beest. Geen wonder dat ze zulke geliefde prooien zijn. Wanneer de kinderen moe worden, besluiten we dan ook maar een stukje vlees te kopen alvorens naar vaste wal terug te keren. De man in het walvisstation achter de toonder biedt ons een stuk aan, gratis, om te proberen.

Wij kijken ons ogen uit. Zoiets maak je niet zomaar mee.

Wanneer de staart klaar is, gaan ze verder met het volgende stuk vlees. In het water wordt het al in stukken gesneden. De zee wordt langzaam roder.

De speedbootjes waarmee iedereen naar het eilandje is gekomen. Naast mijn hoofd zie je een deel van de walvis, die nog onder water lag.

Een van de twee dieren. 
De verdeling van het vlees achter de toonder. Er schijnen slechts 6 mannen te zijn die dit mogen doen. Het is dus geen willekeurige slachtpartij, waarvan iedereen zijn graantje probeert mee te pikken.
 
En toch voelt het dan vreemd om een stuk walvis in je koekast te hebben liggen. Alsof het moreel verwerpelijk is en niet mag. Chris doet er echter niet moeilijk over. Hij neemt geheel spontaan mijn kookbeurt over en snijdt het vlees, dat eruit ziet als biefstuk, in dunne plakjes. Met een hoop uien, wat tomatenpuree en paprikapoeder stoven we het gaar. Op dat moment passeren zeilvrienden in een dinghy. Ook zij willen wel een stukje proeven en voorzichtig nemen we een eerste hap. Net biefstuk, alleen dan malser. Hoewel bijzonder, ben ik blij dat de pan leeg is. En dat blijft ie ook. De volgende keer weer gewoon kip, maar het was absoluut een dag die we niet snel vergeten.

Net biefstuk en zo smaakt het ook.
 

maandag 18 maart 2013

Grenadines: schildpadden, walvissen en opgroeiende kinderen

Soms zijn er momenten dat we het even niet meer zien zitten, dat we ons afvragen waarom we aan deze reis zijn begonnen en waarom we niet lekker thuis zitten waar alles zo vertrouwd, comfortabel en ruim is. Meestal is dat wanneer er voor de zoveelste keer iets kapot gaat aan de boot, we een heftige zeiltocht maken of gewoon wat ruimte voor onszelf willen. En dan ineens is het weer glashelder. Zoals twee dagen terug, als we tijdens het snorkelen op de Tobago Cays tussen grazende schildpadden en prachtige vissen op het Horseshoe Reef zwemmen. Wat een geweldige ervaring.

Strandje bij Tobago Cays, waar het overdag (zaterdag) behoorlijk druk was
 
Vanaf een van de Tobago Cays

Eerste keer snorkelen

Zelfs Hidde realiseert zich dat dit een uniek moment is. Maandenlang kunnen we niet eens met een duikbril bij hem in de buurt komen (laat staan hem op zijn hoofd zetten), maar bij het woord 'schildpad' zet hij het ding op zijn neus en snorkelt letterlijk weg. Met luchtpijpje en al in zijn mond. Ongelovig kijken we hem na. Hij wordt beloond voor zijn daad, want samen met papa ziet hij maar liefst drie schildpadden onder water, waarvan er één een schild heeft van zeker een meter lang.

Wat wordt zo'n kind dan ineens groot. Hoogst interessant is het ook om op het surfboard te staan, terwijl papa deze voortrekt met de motorgedreven rubberboot. Zelf in en uit de dinghy klimmen vanaf de boot is eveneens ín. Dat hij daarbij af en toe in de spagaat aan de reling hangt, mag de pret niet drukken. En zolang hij twee opgeblazen vleugels aan zijn armen heeft, is wat ons betreft (bijna) alles geoorloofd. Heerlijk zo'n opgroeiend kind. Een wereld van verschil met ons vertrek eind juli vorig jaar, maar wat wil je, we zijn gewoon alweer 8 (!) maanden verder.

Staan op surfplankje

Wemmen

Ook Lara is meer dan thuis op het Caribische water. Vaak nog voor het ontbijt roept ze al het woord 'wemmen', wat betekent dat ze eerst even een duik wil nemen. Eenmaal gevleugeld loopt ze zelf naar het achterdek, waar ze zich door de reling wurmt en afstijgt via de zwemtrap. Diep, ondiep of golvend water, mevrouw laat zich gewoon in het de zee zakken waarna ze zich al trappelend voortbeweegt. Snelheid is dan geboden, want de stromingen zijn vaak zo sterk dat je binnen een mum van de boot afdrijft. En ´wachten op mama´ is hetzelfde als luisteren en dat is erg moeilijk voor het stoute meisje, dat haar leeftijd eer aan doet; ik ben twee en ik zeg (of doe) nééé. Gelukkig gaat ook die fase weer voorbij, althans, bij Hidde dan.

Geregeld kunnen de kinderen hun lol op. Zoals gister, als papa tijdens de zeiltocht van de Tobago Cays naar Bequía een meterlange Dorade de boot in sleept. Een deel van het prachtige geel met blauwe beest verslinden ze 's avonds met smaak. Lara moeten we daarbij tegen haarzelf beschermen, aangezien die blijft eten tot ze erbij neervalt. Een stuk vis verblijft niet langer dan twee seconden op haar bord en ze rust niet totdat er nergens vis meer in de kuip te zien is. Ook zij is schrikbarend gegroeid en wil steeds meer zelf doen.

Knoeper van een Dorade. Heerlijke afwisseling in landen waar je bijna alleen maar kip of kalkoen kunt krijgen.

Bootboys

Het is heerlijk om na twee weken van reparaties weer onderweg te zijn. Na Carriacou waar we twee weken op de kant hebben doorgebracht, varen we door naar in Union Island, zo'n 10 mijl verder Noord. Het is dringen in de baai voor het stadje Clifton, waar tientallen boten rond een rif voor anker liggen. Opdringerige bootboys proberen hier hun moorings (boeien waar je aan kunt liggen) te verhuren tegen schrikbarende bedragen (40 EC per nacht oftewel ruim 10 euro voor slechts een boei midden op het water) of hun peperdure kreeften of souvenirs te verkopen. Ook Clifton zelf is behoorlijk toeristisch, met tal van boetiekjes met veel te dure shirts en andere prullaria, terwijl de meestal vriendelijke mensen zelf weinig hebben. Ze wonen in kleine huisjes tegen de berg en proberen met kind op schoot wat te verdienen aan de bootjesmensen die het eiland bezoeken. Met ferry, eigen of gehuurd schip, waarvan vooral de laatste veelvuldig in de Grenadines te vinden zijn.

Prachtige fruitstalletjes in Union Island

Uitzicht over de drukke baai in Union

Ook in de mooie Tobago Cays, een groepje van 5 ongerepte eilandjes waar zelfs een scene van Pirates of the Carribean is opgenomen, komen bootboys als vliegen op ons af. Het witte baguette dat we van hen kopen, kost maar liefst 15 EC (ruim 4 euro), maar het onze blijkt gegist door de warmte. Duur ontbijtje, maar wel een met een adembenemend uitzicht van verlaten palmstrandjes en verschillende schakeringen blauwgroen water.

Tobago Cays

Meerdere leguanen wandelden daar vrij rond
Chris blij dat hij weer onderweg is

Walvisvangst

Tijdens de overtocht naar Bequía ontdekken we dat hier niet alleen maar schildpadden leven en mooie vissen leven. Nadat we tot tweemaal toe een spray van water omhoog zien komen, verschijnt er een rug van een walvis een eindje verder in het water. Wauw. We hadden al gelezen dat ze van januari tot en met april door deze wateren trekken, maar om er dan ook een te zien, is natuurlijk te gek. Vlak daarna zien we in de verte ook nog dolfijnen en ook deze dag kan niet meer stuk.

De walvissen zijn hier trouwens niet geheel veilig. Maar liefst 4 van hen mogen elk jaar gevangen worden door inwoners van het eiland Bequía, waar we nu voor anker liggen. De van oudsher walvisvaarders mogen dit alleen op de traditionele manier doen, met boot zonder motor (van 28 voet, terwijl de walvis ongeveer 65 voet is) en met de hand gegooide harpoenen.
Tijdens onze aankomst op het eilandje, blijkt een van de grote zoogdieren het niet te hebben overleefd. In de Friendship Bay om de hoek van Port Elizabeth waar wij zijn, wordt er één op het strand in stukken gesneden. Daarna wordt het vlees, dat veel weg heeft van biefstuk verdeeld. De huid wordt gefrituurd en de botten en tanden gebruikt voor kettinkjes of beeldjes. Ook vandaag zijn er twee gevangen. Morgen gaan we kijken of we er een glimp van kunnen opvangen. Griezelig, maar tegelijkertijd zo uniek, dat we het niet willen misssen.

Dus, wordt vervolgd ....

Bij het 'fort' in Bequia kijken naar het schip dat een walvis had gevangen (heeeeel ver uit de kust)

Baai in Port Elizabeth Bequia

Hier bouwen ze de boten nog op het strand. Chris moet even kletsen over de prachtige vormen van de romp.

Lara aan de kokosmelk

Schattige bootjes van kokosnoot