zaterdag 18 mei 2013

Oceaanoversteek 5e dag: de mast in

Uit mijn ooghoek zie ik het gebeuren. Ik heb net voor Hidde bij een denkbeeldige supermarkt 4 chocoladeijsje gekocht, wanneer de booster, ons grootste zeil, in zee stort. 'Chris', roep ik, terwijl ik naar voren stuif om het zeil uit het water te plukken. De val (lijn waarmee je hem hijst) is doorgeschavield en er hangt nog slechts een stukje touw aan het hijsoog. De rest van de lijn ligt op het dek. En dan voel ik nattigheid. Niet alleen omdat het doek doorweekt is, maar vooral omdat we met we met de booster ruim een knoop harder lopen dan met ons gewone tuig. Met het lichte weer van de afgelopen dagen kunnen we dus eigenlijk niet zonder. Iemand moet naar boven en een nieuwe lijn door het blokje doen. En aangezien ik Chris met handlier niet alleen omhoog krijg, ben ik de gek.

Bonzend hart
Ondanks dat het nog steeds rustig weer is, zwiept de boot geregeld heen en weer. Met bonzend hart kijk ik naar de ruim 14 meter hoge mast, die meebeweegt op de oceaandeining. Ik heb geen hoogtevrees, maar dit is gewoon niet mijn favoriete bezigheid. Of Chris nou gaat of ik. Iemand moet aan een lijn in een stoeltje van canvas omhoog en ik ben altijd als de dood dat er iets misgaat. En dan heb je gewoon een probleem, hoogtevrees of niet.

Chris trekt de bakskist in de kuip open, een diepe bak waar alles buiten onze 'huisraad' in zit. Onder meer een reservezeil, zak met lijnen en blokjes, opvouwbare bolderkar, noodroer, gastenvlaggetjes, zwemvesten, loopfietsje, step en ergens onderin een zak met onder meer het hijsstoeltje. Ik zet de kinderen voor een filmpje, schuif de kajuitluikjes ervoor zodat ze niet naar buiten kunnen - 'is goed mam', aldus Hidde - en Chris maakt het hijsstoeltje klaar. In het linkerzakje zit een leatherman en rechts zit een lange lijn met daaraan de nieuwe val (een oude schoot, niet aan gedacht een reservelijn te kopen…). In de rechterzak stop ik de camera, want wanneer ga je nou midden op de oceaan een mast in?

Oneindig
Met knikkende knieën laat ik me omhoog hijsen. Ik weet dat het zwaar is voor Chris, dus ik probeer me omhoog te trekken aan de stagen aan de zijkant van de mast. Maar het valt niet mee. De boot beweegt af en toe van links naar rechts en ik moet oppassen de aluminium paal niet los te laten. De mast lijkt oneindig en wanneer ik eenmaal boven ben, moet ik echt op adem komen. Ik heb mijn benen om de mast geklemd, houd met één hand een stag vast en moet met de andere een harpje (sluitinkje met schroefdraad) losdraaien dat eigenlijk te hoog boven mijn hoofd zit. Het gaat niet, ik heb de tang in de leatherman nodig. Uit alle macht klem ik me vast aan de mast, zodat ik allebei mijn handen vrij heb en draai aan het harpje.

Het duurt een eeuwigheid, maar uiteindelijk heb ik het blokje los, de lijn omhoog gehesen en een nieuw blokje vastgemaakt. Voorzichtig pak ik mijn camera, en snel maak ik 3 foto's en een klein filmpje. Ik hoor Lara huilen. Chris loopt naar de kuip en sust de boel. 'Ja, laat me maar weer zakken', roep ik even later. Langzaam laat hij het touw om de lier vieren. Zelfs het afdalen is een beetje griezelig. Zodra de boot beweegt, word ik bijna losgetrokken van de mast en koortsachtig zoek ik punten waaraan ik me kan vasthouden tijdens het dalen. Wanneer ik op het dek sta moet ik even zitten. Mijn handen en benen bibberen van de inspanning. Pfoeh, dat hebben we gehad.
Wanneer we even later de booster weer omhoog hebben en alles er goed uitziet, kan ik weer lachen. Het was echt teamwork en dat voelt goed. Nu maar hopen dat die lijn het houdt.

Verstand op nul
Het weer is nog steeds licht. Meestal hebben we 8 tot 10 knopen wind (windkracht 3), soms daaronder of daarboven. De snelheid is gemiddeld 4 tot 5 knopen per uur, niet echt iets om over naar huis te schrijven. Elke dag hebben we contact met andere schepen over het weer en, zoals het er nu uitziet, willen we in een keer door naar de Azoren. Natuurlijk is niets zo veranderlijk als het weer.

De zee is helder en diepblauw en ondanks dat er schepen in de buurt zijn, zien we helemaal niemand. De oceaan lijkt verlaten. Af en toe drijft er een dot wier voorbij of zien we een vliegende vis. Verder lijken we moederziel alleen. Met nog ruim 1700 mijl voor de boeg, dus zeker nog zeker nog 17 dagen varen, zetten we ons verstand maar op nul. En genieten we van tijd tot tijd van de intense stilte. Liefs!

donderdag 16 mei 2013

Oceaanoversteek: 3e dag

Oceaanoversteek: 3e dag
Alle zeilen bij, letterlijk. De bazaan, het grootzeil en de booster flapperen heen en weer. Soms vullen ze zich met een flinke zucht, om vervolgens weer genadeloos in te vallen. Al een paar uur na ons vertrek liet de wind het afweten. Met maar 4, 3 en soms zelfs 2 knopen wind kruipen we voort over het oceaanoppervlak, dat door een lichte deining ons scheepje zacht heen en weer wiegt.
Stiekem ben ik blij. Een oceaanoversteek associeer je toch onbewust met veel wind, hoge golven en flink afzien. Niets is het geval de afgelopen dagen. We kunnen naar hartenlust inslingeren. Nadeel is dat we in plaats van de gehoopte 100 tot 120 mijl per dag er nu maar 80 maken, en dat moet niet te lang duren.
Zelfde schuitje
Gelukkig zijn we niet de enigen. Ook de Waltzing Mathilda voor ons, de Dixbay voor hem, de Mathiba daarnaast, en de Gaia achter ons, kampen met een tekort aan voortgang. Er wordt geklaagd op het kortegolf netje van 21.00 UTC. Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Alleen de Cula, die een aantal dagen eerder wegging, heeft teveel.
Anders dan tijdens de oversteek naar Suriname, kabbelt het leven aan boord rustig voort. De kinderen kunnen gewoon spelen en we kunnen redelijk normaal koken en afwassen. Wijs geworden door de ervaringen van anderen heb ik de dag wat structuur gegeven. Tussen 06.00 en 07.30 uur ontbijten (afhankelijk wie wanneer wakker wordt), om 09.30 uur fruit eten (zolang de voorraad strekt), 12.00 uur lunch en aansluitend Lara slapen (meestal tegen haar zin, aangezien ze nu niet moe wordt), 15.30 uur een snackbreak en rond 17.30 a 1800 avondeten. Een uur later kinderen op stok en daarna ik tot mijn eerste wacht om 23.00 uur.
Dagthema's
Verder heeft elke dag een thema gekregen. vandaag was het winkeltjesdag en hebben we een kassa geknutseld en speelgeld. Morgen wellicht huttendag, piratendag of landendag, wat de kinderen willen. Ik heb een hele rij met ideeën klaarstaan, die de dag lekker opbreken.
Conclusie: het is een groot speelparadijs aan boord. En, eerlijk is eerlijk, er is nog iets wezenlijk anders dan de vorige keer en dat is dat kinderen zienderogen zijn gegroeid. Ze spelen meer met elkaar, vragen minder om aandacht en ik heb zowaar vandaag een uur lang een boek gelezen. Wat een luxe. Al met al, geen slecht begin van de reis.
Hoe lang het nog gaat duren? Geen idee. Direct naar de Azoren is zeker 2300 mijl, maar als het weer het niet toelaat, wijken we uit naar Bermuda ruim 700 mijl van hier. We laten het maar over ons heenkomen en kijken niet te veel naar de teller. Voorlopig gaat het goed.

positie: 21.29 Noord en 062.17 West

maandag 13 mei 2013

Oceaanoversteek: klaar voor vertrek

En dan ineens sta je voor de oversteek terug. Een rare gewaarwording na vier maanden Carieb. Wat zijn we gewend geraakt aan die zalige luchttemperatuur, die zelfs ’s avonds niet lager wordt dan 27 graden. We zijn meer dan gewoon overboord te springen met duikbril op, vaak meerdere keren per dag. De lengtes van de zeiltochten beperken zich tot maximaal een dag varen, net genoeg voor een niet te uitputtend tochtje. Ook zeggen we straks die wuivende kokospalmen gedag, die overal op de eilanden als markers tussen de huizen doorsteken. En laten we die bijzondere mensen achter ons, die op hun eigen tempo maar met een krachtige attitude de eilanden bevolken.
Vreemd, alsof je een hoofdstuk afsluit waar je zo naartoe hebt geleefd. Raar ook, omdat we nu huiswaarts gaan, hoewel we nog zo’n 2,5 maand hebben. En spannend, omdat we nog veel zee voor de boeg hebben voordat we onze volgende bestemming bereiken.
Onrust
Vooral die laatste reden zorgde vooral de afgelopen twee weken voor onrust. Bij ons – nadat opa en oma na 2 heerlijke Caribische weken huiswaarts waren gegaan - maar ook bij andere vertrekkende boten. Bijna 900 mijl naar Bermuda of, meteen door, zo’n 2300 mijl naar de Azoren – een Portugese eilandengroep in de Atlantische oceaan. Minimaal drie weken achtereen varen, met kans op uiteenlopend weer, vergt een goede voorbereiding. Een deel hiervan heb je zelf in de hand. Denk aan de boot vaarklaar maken zodat alles naar behoren werkt, maar ook het bevoorraden met brandstof, water en eten. Een belangrijk maar uiterst onzeker onderdeel is hierin het weer. En dat laat zich maar moeilijk plannen.
De afgelopen twee weken liepen vooral de mannen van de vertrekkende boten bij elkaar de kajuitdeur plat om van gedachten te wisselen over binnengehaalde weerinformatie. Voor anker liggend in Simpson Bay voeren ze met dinghy’s op en neer, terwijl de dames de boten van boodschappen voorzagen en kinderen vermaakten op de spaarzame strandjes in de buurt van de lagoon. Meer dan eens bezochten verschillende vertrekkersboten het happy hour in cafe Lagoonies of aten we met elkaar eindelijk weer eens bitterballen en frikadellen speciaal in de jachtclub naast de ‘Nederlandse’ brug (St. Maarten kent een Nederlands en een Frans deel). Met wederom als belangrijkste gespreksonderwerp: dat enigszins onstuimige weer.
Weer
Dat weer, dat wilde aanvankelijk niet vlotten. Het hogedrukgebied dat gewoonlijk braaf op de Azoren ligt, zat te hoog en wilde maar niet zakken. In plaats daarvan zat een lagedrukgebied, waarvan de winden precies tegengesteld en daarmee pal tegen zijn. Niet echt gewenst wanneer je zoveel mijl moet afleggen. Toch trekt iedereen dan zijn eigen plan. Omwille van een opstapper die hier aan boord is gekomen, één die op enig moment op Bermuda staat of zelfs binnen afzienbare tijd op de Azoren. Anderen gokken erop dat de winden tijdens hun oversteek bijdraaien of zijn gewoon het wachten zat. Wijzelf zagen toch het liefst een weer’gat’ met overwegend goed nieuws en dat kwam - na een kort bezoek aan het prachtige Anse de Colombier op St. Barth’s, enkele dagen terug ineens voorbij.
Zodoende kiezen we morgen eieren voor ons geld, pakken onze biezen en stomen richting overkant. Spannend, vreemd en een beetje triest. Maar ook heerlijk en uitdagend. De boot is afgetopt en volgeladen, maar belangrijker nog, we zijn er zelf ook klaar voor. Met een tiental overstekende boten houden we elke dag via de kortegolfradio contact (8101 om 21.00 uur UTC), zodat we van elkaar weten waar we zijn en wat voor weer we hebben. Plan is Azoren, met uitwijkmogelijkheid Bermuda (dat eigenlijk een paar honder mijl de verkeerde kant opligt). Cula is reeds onderweg, net als de Sailaway, de Doen en de Ostrea. Dixbay, Waltzing Mathilda en wij gaan morgen, op enig moment gevolgd door onder meer de Mathiba. Wanneer het weer en de apparatuur het toelaat zal ik proberen geregeld een update naar de site te sturen via de ssb-radio en anders volgt het avontuur achteraf. En nu snel naar bed, want het is morgen vroeg dag … liefs!

woensdag 1 mei 2013

Koninginnedag op Sint Maarten

Klaar voor Koniginnedag. Opa bewaakt het fort ...
Helemaal hetzelfde is het niet, maar zelfs aan de overkant van de oceaan kriebelt het tijdens Koning(inne)dag. En al helemaal tijdens een historisch moment als dit jaar. In alle vroegte togen we daarom gisterochtend naar Het Nederlandse deel van het eiland, waar we in Philipsburg de kroning live konden meemaken.

In het versierde 'tvhoekje' van de hotellobby van het Holland House beachhotel beleven we dan toch dat kippenvelmoment. Prinses Beatrix en Koning Willem-Alexander en Koningin Maxima. De kleine schare aan andere Nederlanders, waaronder mede-zeilers van de Waltzing Mathilda, Blabber en Dixbay, groeit naarmate de ochtend vordert. En voor we het weten is de lobby omgebouwd tot een inhuldigingsfeest. Compleet met toespraken van lokale bestuurders, volkliederen van zowel Nederland als Sint Maarten en saluutschoten van één van de splinternieuwe patrouilleschepen van de Nederlandse marine, de Hr.Ms. Friesland.

Dat noem ik nog eens met je neus in de boter vallen. Of de rest van de bevolking in Sint Maarten nu ook aan de buis gekluisterd was, betwijfelen we. Maar wij hebben het lekker gevierd. En dat is het belangrijkste.

Nederlandse afgevaardigden
Toch speciaal, om het live te volgen


Koningslied meezingen
Hr. Ms. Friesland lost 33 schoten

Kijken naar het lossen van de schoten in de baai bij Philipsburg
Na het feestgedruis, lekker bijkomen op het hobbelpaard (veel leuker dan Koninginnedag vieren ...;))

maandag 22 april 2013

Noord Carieb: flitsbezoeken en bleekscheten aan boord

Zo voelt het dus wanneer je met zijn tweeën op reis bent. Chris en ik zitten samen in de kuip en staren de rustige baai in en luisteren naar de vogelgeluiden, die zonder de constante onderbreking van kinderstemmetjes veel duidelijker klinken dan normaal. Zo’n honderd meter verderop spelen Hidde en Lara op een eindeloos strand met opa en oma, die drie dagen daarvoor op Sint Maarten zijn aangekomen.

Aftellen

Dagen telt hij af, weken zelfs. ‘Welke dag is het vandaag’, vraagt Hidde elke ochtend bij het ontwaken. ‘En wanneer komen opa en oma dan?’ Maar niet alleen hij telt af, ook ik zie reikhalzend uit naar m’n ‘ouwelui’. We zijn misschien ‘maar’ een jaar weg, maar het is er wel één waar veel in gebeurt. Zo maken niet alleen de kinderen een enorme sprong, ook leren Chris en ik veel over elkaar en onszelf. 24 uur samen zijn, weer en wind, weinig comfort, eindeloze reparaties, andere culturen en het ‘ontberen’ van de mensen van wie je houdt, doen iets met je. Dat wil je delen, spiegelen en doorzagen met diegene die jou het beste kennen en die je het meest vertrouwt. En een skypeverbinding of e-mailtje voldoen dan gewoon niet.

Vol verwachting zitten we dan ook enkele dagen geleden op Maho Beach op Sint Maarten, vlak achter het Juliana vliegveld waar opa en oma gaan landen. Aangezien het strandje precies onder de aanvliegroute zit, is het aangenaam wachten. Wanneer het eerste grote toestel vlak boven ‘ons’ strandje de landingsbaan opduikt, kruipt Lara enigszins geschrokken tegen me aan. Juist zij, die altijd als eerste ‘vliegtuig! ’ roept, moet nu toch even slikken. Bij de volgende is dat overigens al voorbij. Als de jet van opa en oma eindelijk aankomt vliegen, kijken we met verrukking naar het grote vliegtuig dat over ons heen suist.
 
Daar komen opa en oma!!!

 Saints en Guadeloupe

De afgelopen weken hebben we flink doorgevaren, want we hadden nog behoorlijk wat mijlen af te leggen naar het Noordelijk gelegen Sint Maarten. Na Dominica naar de Saints, een prachtige Franse eilandengroep onder Guadeloupe, waar ik onder meer ‘met’ twee dolfijnen heb gezwommen die zich daar in de baai ophouden. Op het moment dat zo’n magisch dier ‘glimlachend’ in het water langs je heen glijdt, voel je je gewoon weer even kind. Zo blij, zo heerlijk en zo bijzonder. Na de Saints door naar Guadeloupe, een eiland dat eigenlijk uit twee delen bestaat, gescheiden door een kanaal dat er dwars doorheen loopt. Helaas was dit  nu niet begaanbaar met de boot en hebben we alleen de westzijde bij Pigeon Island geankerd.

Zwemmen met dolfijnen naast de boot
Met Waltzing Mathilde lekker bbq-en op strandje bij Saints
Ook daar hebben we weer één van de geneugten van de Carieb geproefd: duiken tussen een prachtige vissenschare die zich rond dat rotsige eilandje in de zee ophield. Onder meer 30 cm lange papegaaivissen, koffervisjes, scholen met knotsen van blauwe doktersvissen, knalgele en gestippelde andere varianten en bijzonder koraal. Van glad, bultig tot gekronkeld. Met Hidde al zwemmend aan de hand verbazen we ons keer op keer. Wat is die onderwaterwereld geweldig en wat is het zalig om daar deel van uit te maken met slechts een zwembrilletjes met snorkel op.
 
Bijna overal in de Carieb zie je schildpadden onder water
 
School doktersvissen

 Antigua en Barbuda

De tijd begint echter te dringen en aan Antigua en Barbuda brengen we slechts een flitsbezoek. We ankeren twee nachten in de besloten English Harbour baai in Antigua, waar zich prachtige klassieke zeiljachten klaarmaken voor de classic race, enkele dagen later. Maar ik heb zoveel gehoord  over het volgende eiland Barbuda, dat ik brand om door te gaan. We passeren Antigua aan de Atlantische zijde, waarbij we een prachtige kustlijn met onder meer Indian Creek - waar Eric Clapton een huis heeft - en het bijzondere Green Island links laten liggen. We halen twee ongeveer meterlange barracuda’s binnen  en manoeuvreren ons tussen de koraalriffen door naar de kust van Barbuda. En dan worden we getrakteerd op – in mijn ogen - de ultieme schoonheid van Caribische natuur.

Wit strand bijna zover het oog reikt en het groenblauwste water dat ik ooit heb gezien. En we hoeven het maar te delen met een enkele andere boot. Een waar paradijs. Geen zoemend stadje, drukke haventjes, boatboys of toeristen, maar stilte en pure pracht. Wauw. Omdat we nog maar drie dagen hebben voordat opa en oma in Sint Maarten landen, gaan we niet naar het stadje gelegen aan een Lagoon, waar de inwoners zich weigeren aan te passen aan toeristen en samen leven met de natuur. We gaan ook niet langs two foot bay aan de andere zijde, met geweldige grotten en uitzicht. En ook de grote broedende kolonie met fregatvogels, waaraan een bezoekje weer een flinke duit kost, slaan we over. We blijven hier, in poederachtig zand waar je zachtjes in wegzakt. Tussen kokosnotenbomen waar je de ‘waternoten’ zelf uit kan halen en kristalhelder water met uitstekend koraal, schildpadden die van tijd tot tijd boven komen en rustig glijdende roggen. Het is meer dan de moeite waard.
 
Bij Cocaopoint Barbuda
Kokosnoten 'plukken' bij een verlaten resort, dat over de kop ging omdat het vanwege hurricaneseizoen secht 5 maanden per jaar open kan zijn. Dit is de plek waar Prines Di ooit kwam.
Zandkastelen bouwen op een perfect strand ...
... en zwemmen in een perfecte zee

Verwend in Sint Maarten

Tachtig mijl varen verder, waarbij we voor het eerst weer een nacht doortrekken, komen we aan in Simpson Bay in Sint Maarten. Een dag later suist het vliegtuig van mijn ouders over ons heen. Het is onbeschrijflijk wat er dan door je heengaat wanneer je elkaar weer in de armen sluit en bijna onwerkelijk wanneer je dan samen op je boot opstapt. Inmiddels zijn de kleinkinderen alweer vreselijk verwend (één koffer was compleet voor hen bedoeld), de laatste nieuwtjes rond familie en vrienden weer verteld en is het eerste gesprek tussen moeder en dochter al een feit. Inmiddels zijn we een eiland verder gevaren naar Road Bay op Anguilla, waar het heerlijk toeven is op een prachtig Caribisch strand vol met kleine barretjes en huisjes. En  – tot groot genoegen van beide bleekscheten die voornamelijk Europa zagen – kokospalmen en conches (die enorme slakkenhuisschelpen) op het strand.

Joepieeee
Gehuld in een van zijn cadeautjes
Beachbar bij Mullet Bay Sint Maarten
Boekjes lezen met oom
Over een paar dagen gaan we een paar nachtjes in een appartementje bij Orient Bay Sint Maarten en ondertussen zullen Chris en ik ons klaar gaan maken voor de grote oversteek. Want die ligt in het verschiet en rap. Afhankelijk van het weer zullen we begin of half mei het Caribisch gebied vaarwel zeggen om respectievelijk naar Bermuda, Azoren en hopelijk meteen Zuid-Engeland te varen. Maar dat stellen we nog heel eventjes uit … ;)

Overzeese post

En, last but not least: nog heel erg bedankt voor alle lieve kaartjes en presentjes van familie en vrienden, die mijn ouders hier hebben gebracht!  Geweldig! Oranje kroontjes (Sint Maarten viert ook koningsdag), videoboodschappen, kleurboeken, stickers, dvd’s en kaarten … het is heerlijk om overzeese post te krijgen. Dank jullie wel. Veel liefs!

Sfeerplaatje van ons met dank aan Roos van de Walzting Mathilde

woensdag 17 april 2013

Dominica: sprookjesachtig, maar straatarm


Elk Caribisch eiland is toch net weer even anders. Na het 'Europese' Martinique varen we naar Dominica, waar we veel lof over hebben gehoord. De eerste aanblik bij hoofdstadje Rouseau is even een tegenvaller. De huizen in de baai zijn oud en vervallen en over de hele lengte is slechts een kiezelstrand met grote stenen. Vlakbij het stadje zelf klinkt keiharde muziek en van de beschreven prachtige architectuur zien we vanaf het water niet meer dan een kerk, die er wel aardig uitziet. We zoeken naar een ankerplek, maar overal is het meer dan 10 meter diep, en zwichten voor de moorring die een boatboy ons aanbiedt.

Een goede keus, zo blijkt later. De eigenaar van de boei, Pancho, een rastafari die een groot deel van de dag onder een zelfgemaakt tentafdak op het kiezelstrand zit, biedt ook internet bij zijn boei. En eindelijk kunnen we gewoon weer eens vanaf de boot het web op.
Kloofzwemmen

Naast veel Fransen die hier voor anker liggen, ligt een stukje verderop de Waltzing Mathilda, een Nederlandse Contest met Roos, Matieu, Fien (8) en Max (7). Met een gehuurd autootje hebben ze het eiland verkend, en we besluiten hetzelfde te doen. De volgende dag rijden we achter hen aan naar onder meer de to Ti Tu Gorge, een adembenemende kloof waar je doorheen kunt zwemmen. Er zijn die dag geen cruiseschepen in het stadje en we hebben de natuur voor onszelf. We laten ons in het steenkoude water zakken en zwemmen door de kloof heen, die leidt naar twee watervallen. Het water is glashelder en de wanden van de kloof, torenen begroeid boven ons uit. Het lijkt wel een sprookje. Na het zwemmen, warmen we op in het lauwwarme watervalletje dat uit de berg stroomt, opgewarmd door één van de 7 vulkanen op dit eiland.
Hotsprings

De Trafalgar watervallen, een de velen op het eiland, zijn stukken drukker. Hidde holt achter Fien en Max aan naar één van de meterhoge waterstromen die zo van de berg af klateren. Hij gaat verder aan mijn hand als de stenen groot en rond worden en de weg moeilijk begaanbaar wordt. Chris heeft Lara op zijn schouders, maar als de rotsen nog gladder en hoger worden, laten we ons voortijdig zakken in een van de hotsprings. De door een vulkaan opgewarmde bronnen zijn bij een luchttemperatuur van 30 graden eigenlijk veel te warm, maar de kinderen vinden het heerlijk. Met rood verhitte hoofden klimmen ze van poel naar poel door het door zwavel gekleurde water, dat uitkomt in de koude rivier van de waterval.
Indianen

Ook de volgende dag crossen we nog een keer over het rijk begroeide Dominica. Ons gezin is dan voor één dagje uitgebreid met Fien en Max, aangezien hun ouders een paar uur durende wandeling maken naar het Boiling Lake. Dit meer, ergens op de top van een berg, is door een vulkaan zo warm dat het (bijna) kookt. Wij rijden naar het Caribreservaat, waar nog als enigen in de Carieb 200 afstammelingen wonen van de Caribindianen, oorspronkelijke bewoners van Dominica. In een klein dorpje aan zee tonen ze hoe hun voorouders leefden. Het reservaat zelf strekt zich uit langs de kust en bestaat uit kleine gekleurde huisje, bijna niet groter dan een kippenhok, waar de gezinnen in leven. Langs de kant van de weg staan kleine stalletjes met gevlochten manden en we passeren een Cassavebakkerij, waar het traditionele brood wordt gemaakt met meel gewonnen uit de Cassave (een knolgewas).
Hoewel het een lange rit is, zitten zowel Fien en Max als onze kinderen voorbeeldig braaf achterin de auto met een Nintendo op schoot. Het reservaat is prachtig, maar het betaalde indianendorpje zelf blijkt een wassen neus bestaande uit een handvol gebouwtjes met rieten daken, een uit een boomstam gesneden kano en wat mandenvlechtende indianenafstammelingen. De kinderen vinden het echter prachtig. Ze spelen met de pijl en bogen en met een strohalm om hun hoofd gebonden met een stuk varen als veer, voelen ze zich echte indianen. De mandenvlechtende dames giechelen en laten hun werk even voor wat is om naar de spelende kinderen te kijken.

Vrolijk
Hoewel arm - Dominica was tot voor kort een van de armste Caribische eilanden, toerisme komt door het gebrek aan zandstranden maar langzaam op gang - ogen de mensen in Roseau erg vrolijk. De meesten hebben humor en sinds lange tijd voel ik me geen wandelende portemonnee. Er wordt luidkeels gelachen en overal scharen groepjes mensen samen voor de gezelligheid. Uit bijna elk huisje steekt wel een hoofd en er zijn hier opvallend veel rastafari's, mannen met (lang) rastahaar. Lang niet iedereen hiervan is echter vegetarisch en religieus. Het is vooral een stijl die velen aanhangen. Of wellicht wel een verzet, aangezien het zijn van een rastafari tot voor kort verboden was. Reden was de moord op een blanke, die dreigde een wietplantage te verklikken.

Voldaan
Hoe anders is Portsmouth waar we daags daarna heen varen. De lange weg parallel aan een zandstrand in de baai heeft aan weerszijden slechts kleine vervallen huisjes. Mensen lopen in slechte kleding en overal scharrelen kippen met kuikens door de straten. De toon in dit tweede stadje van het eiland is hier duidelijk meer gedimd. Na een mooie riviertocht op de Indian River, die door een moeras loopt, gaan we anker op naar Les Saints, een eilandengroep vlak voor Guadeloupe.

Dominica heeft haar reputatie eer aan gedaan en voldaan varen we door, op naar nieuwe prachtplekjes, want die blijken er nog steeds genoeg.
Doordat we lange tijd geen internet hadden, is dit bericht wat verouderd. Na Guadeloupe, Antigua en het prachtige Barbuda, zijn we vanochtend aangekomen in Sint Maarten. Hier komen morgen mijn ouders voor twee weekjes langs! Daarna gaan we ons klaarmaken voor de overtocht terug, want die komt angstvallig dichterbij ... 

donderdag 4 april 2013

Martinique: Caribisch Frankrijk

Eigenlijk wilden het overslaan en dan ineens van St Lucia naar Dominica varen. Je kunt immers niet alles zien. 'Ach ja', zei Olivier van de Shemeona de avond voor ons vertrek, 'mensen gaan alleen maar naar Martinique om in te slaan.' In te slaan? Hoezo? Is het echt zo betaalbaar en uitgebreid dan daar?

Kakkerlak

Nieuwsgierig geworden varen we toch maar Fort de France, de hoofdstad van het eiland, waar we vlak naast een oud fort ankeren. En we kijken onze ogen uit. Voor ons ligt een heuse Europese stad. Geen kleine verwaarloosde huisjes, maar typisch Franse architectuur. Midden in de Carieb!

Fort de France Martinique, net een Frans stadje
Likkebaardend peddelen we naar de kant. Bij het meterslange dinghydock krijgen we een nieuwe verrassing: een speeltuin. Die hebben de kinderen sinds Suriname niet meer gezien. De flinke regenbuien die vandaag  spontaan uit de lucht vallen, hebben de draaimolen onbegaanbaar gemaakt, maar de schommels voldoen. We kunnen ze maar moeilijk losrukken voor een wandeling door het stadje.


Hamsteren, met bolderkar

Europese auto's, de euro, keurige straten met stoepen, een prachtig Jugendstill gebouw (wel het enige) en gras. Ze hebben hier gras! We vallen van de ene verbazing in de andere. Totdat een grote kakkerlak op de stoep ons weer met beide benen op de grond zet. Owja, het is de Carieb.

Prachtige combi

Maar wat een prachtige combinatie. Gekleurde huisjes, tropische vruchten, palmbomen en Franse ruitjes. Rumpuch, creools eten èn wijn en camembert. Het is een verademing. Hoezeer we ook genieten van de Caribische geneugten van andere eilanden, een supermarkt doorlopen met spullen die je gewend bent, voelt ongelooflijk luxe. Wat een gewoontedier ben je dan toch. Gretig slaan we in. 5 literflessen water voor 1,60 euro, pasta (!), chocolade, yoghurtjes (!), rundvlees, betaalbare chipjes en sappakken, gedroogde worst en vanzelfsprekend wijn.


Niks gaat boven een lekker wijntje

Natuurlijk voldoet de overvloedige rum op deze eilanden als de wijnflessen niet onder 10 euro komen, maar wanneer ze weer 2,50 zijn, wil je er wel een paar inslaan. Al met al, een succes.

Uitbarsting

Na onze heerlijke ervaring varen we ook nog door naar St. Pierre aan de Noordkant van het eiland. Deze ooit florerende stad, volledig gelegen aan een zwart zandstrand, werd 100 jaar geleden 'klein Parijs' genoemd. De ongeveer 30.000 inwoners, werden begin mei 1902 overvallen door de uitbarsting van de Mont Pelée, een naastgelegen vulkaan.
St. Pierre, waar in de baai nog diverse gezonken schepen liggen van na de uitbarsting van de vulkaan
Pleintje, met op de achtergrond de voet van de vulkaan
Hoewel de berg al enkele dagen voorwaarschuwingen gaf, vaagden een immense erruptie vergelijkbaar met een atoomexplosie, de hele stad en haar bewoners weg. Gezegd was er slechts één overlevende; een moordenaar, die gevangen zat in een isolatiecel. Enkele dagen na de ramp is hij bevrijd door missionarissen. Deels verbrand reisde hij later als attractie mee in een Amerikaans circus.

Een van de weinige ruines die over zijn van de oude stad betreffen ook zijn cel. Vol ongeloof kijken we omhoog en opzij naar de drie kleine luchtspleten die erin zaten. Wat een mazzel had juist deze man. En wat ging er door hem heen tijdens de uitbarsting en de dagen erna? Het blijft gissen.

Ruine van wat eens een prachtig theater was
Het gebouwtje rechts is de isoleercel, waar de enige overlevende uit kwam
 Dominica

Inmiddels zijn liggen we alweer in het prachtige Dominica. Als er een eiland is waar de natuur adembenemend is, is het hier wel. Er zijn hier 365 rivieren, voor elke dag één. Ik zal er snel een stukje over maken. Maar nu eerst slapen, want het waren 2 heerlijke maar intensieve dagen.  

Paaseieren verven
Pasen in de kuip