zondag 23 december 2012

Dag 13: aaaargghhh

Schgggggg, klaabam. Terwijl ik het gasfornuis probeer los te krijgen, schuift mijn net gevulde pan met water voor pasta van de ene kant van de keuken, naar de andere om vervolgens met veel lawaai over het randje te kieperen. Het water ligt overal. Op de grond, over de draagbare dvdspeler op de navigatiehoek, tussen de vlonders. Snel grijpen Chris en ik handdoeken om de schade te beperken. Terwijl ik sta te deppen, kook ik van binnen woede en daarna voel ik tranen opwellen. Het is weer zo'n onbewaakt waarin ik probeerde twee dingen tegelijk te doen. Hoe vaak moet het misgaan voordat doordringt dat dat op een slingerende boot niet kan?

Opgaaf
Maar het is frustrerend, omdat het geen moment rustig is. Al bijna twee weken niet, met een enkele dag als uitzondering daargelaten. Niks gaat normaal. Ontbijten, lunchen of avondeten in de kuip betekent zoveel mogelijk de borden, het beleg en andere attributen klemmen met kuipkussens op de grond en anders met een voet. Die andere voet heb je nodig om jezelf tegen te houden. Degene die het dichts bij de kinderen zit, bekommert zich dan om hen. Een opgaaf, omdat ze standaard tijdens het warme middageten weigeren iets tot zich te nemen en het bij voorkeur uitsmeren over iets in de buurt. Pannenkoeken uitgezonderd. De maaltijd uitzitten tot het eind, hebben we al laten varen. Genoeg gegeten? Wegwezen, ga maar spelen. Hebben wij een momentje rust.

Nee, dat einde van deze overtocht kan niet snel genoeg komen. Groundhogday. Zo noemde Marcel het van de week. Ken je die film? Het gaat over een verslaggever de elke dag wakker wordt op eenzelfde dag. Steeds opnieuw herhaalt zich die specifieke dag, komt hij dezelfde mensen tegen en maakt bij dezelfde dingen mee. Tot hij er gek van wordt. Laat ik één ding voorop stellen: wij worden niet gek, maar we zijn wel toe aan rust. Een boot die stil ligt, een rustige nacht slaap en even onszelf en vooral de kinderen uitlaten, want die hebben wat energie te verbruiken. Ze houden zich kranig, maar aan het einde van de dag zouden ze nog wel een dag door kunnen. Wij zijn dan daarentegen volledig op en toe aan een goede nacht slaap, die we maar ten dele krijgen.

Geen wind
Tot overmaat van ramp is sinds het passeren van de magische 500 mijlsgrens, de wind op. Al twee etmalen is het sappelen en lopen we niet de beloofde 120 maar 80 mijl op een dag.

Het goede nieuws is dat we er ondanks alles bijna zijn. Dat we er zin in hebben en dat we er gewoon gaan komen. Marcel gaat voor spareribs aan wal of de halve kip, ik voor de bami die ik op een foto in ene Surinameboekje zag staan en Chris wil vooral iets wat niet beweegt.
Weinig wind heeft ook voordelen: eindelijk een verkoelende duik in de oceaan! Althans verkoelend, hij is behoorlijk lauw (oftewel, heerlijk!). Het woord zwemmen was koud één keer gevallen en de twee boordkabouters hadden zich al op het achterdek geschaard om te water te gaan. En hoewel in vergelijking met andere dagen er nagenoeg geen golven stonden, was de deining voor de kinderen eigenlijk nog te veel. Het schip danste op het water, waarbij het zich ophief en weer neerkwam. Best een indrukwekkend gezicht voor de kinderen, die al vrij snel weer aan dek stonden. Marcel kwam het water uit met iets wat leek op een kwallenbeet op zijn armen in zijn nek. De onzichtbare dader was er stilletjes tussenuit geknepen, maar zijn of haar tentakels hadden een vuurrood spoor op Max z'n huid achtergelaten. Iets dat gelukkig snel weer bijtrok.

Schepen!
Marcel heeft gisternacht voor het eerst sinds bijna twee weken een boot gezien. En niet zo maar een, het was een 200 meter lang vrachtschip op ramkoers. Na contact met de marifoon, passeerden we elkaar op deze oneindige pas op minder dan één mijl afstand. Angstaanjagend weinig eigenlijk. Vannacht hebben we zelfs twee schepen gezien. Soms denk ik zelfs dat ik het land ruik, al zal de wens wel de vader zijn van de gedachte.

Hoe de ene dag een beproeving lijkt, zo valt een andere wel weer mee. Vandaag, onze 15e dag op zee, staat er relatief weinig deining en ziet de wereld er ineens heel anders uit. Reisgidsjes van de Carieb (smul) liggen in de kuip naast die van Suriname en er kan redelijk geleefd en gespeeld worden. Een verademing in vergelijking met de afgelopen dagen. En ach, waar hebben we het over, nog maar iets meer dan 200 mijl te gaan … We komen er wel!

1 opmerking:

  1. Dat wordt nog spannend of jullie het voor kerst halen. 't is als of we aanboord zijn wanneer we je verslag lezen zo geweldig schrijf je!En waar haal je de energie vandaan om maar te blijven schrijven.
    Petje af. Een hele mooie kerst toegewenst, in een mooi warm land, vol warme mensen. En je weet, het voelt straks weer even vreemd met vaste grond onder je, na dagen slingeren. Groeten Bert en Lian

    BeantwoordenVerwijderen